Een legitieme vraag. Natuurlijk moet er gekozen worden voor de meest geschikte kandidaat. Maar hoe kan het dat slechts zo’n 33% van de volksvertegenwoordigers in ons land een vrouw is?

Op 1 januari 2025 telde Nederland 8 978 451 mannen en 9 065 576 vrouwen. Dat betekent dat er 99 mannen op elke 100 vrouwen zijn[1]. Je zou dus kunnen zeggen dat er ongeveer een gelijke verdeling is tussen het aantal mannen en vrouwen in ons land.

Volgens cijfers van het CBS[2] studeren evenveel vrouwen als mannen af. Daarnaast vormen in sectoren als zorg, onderwijs en sociaal werk vrouwen de meerderheid van de professionals. In sommige gevallen zelfs ruim driekwart. In deze inhoudelijke domeinen, waarop de overheid beleid maakt en uitvoert, is de beroepspraktijk dus overwegend vrouwelijk. Toch worden bestuurlijke functies overwegend door mannen ingevuld. Zijn mannen dan structureel meer geschikt als volksvertegenwoordiger?  Of is het aannemelijker dat selectieprocessen en politieke netwerken niet geheel neutraal zijn? Uit onderzoek van Stem op een Vrouw[3] blijkt dat vrouwen structureel minder vaak op verkiesbare plekken staan en vaker afhankelijk zijn van voorkeursstemmen om gekozen te worden. Dat wijst niet op een gebrek aan geschiktheid, maar op een systeem waarin mannen vaker vanzelfsprekend als ‘logische kandidaat’ worden gezien.

Onze bevolking bestaat voor ongeveer 50% uit vrouwen. Een bestuur dat structureel door mannen wordt gedomineerd roept dan ook vragen op over representatie. Dit is geen juiste afspiegeling van de samenleving. Het feit dat iedereen zich kandidaat mag stellen is niet hetzelfde als het hebben van een gelijke kans om benoemd te worden. Voor iedere plek die automatisch gaat naar een geschikte man, wordt mogelijk een even geschikte vrouw overgeslagen. Het streven naar balans, en daarmee een meer representatieve afspiegeling van de samenleving, is geen streven naar minder geschiktheid, maar een correctie op een scheefgegroeid systeem.

Een betere verdeling tussen mannen en vrouwen in bestuurlijke en politieke functies creëert herkenbaarheid en normaliteit. Het kan een stimulans voor anderen zijn om zich ook kandidaat te stellen. Zo doorbreken we het naïeve denkbeeld dat selectie op basis van een objectief ‘geschiktheidscriterium’ plaatsvindt. Er is sprake van een ongelijk speelveld, waarbij balans ontzettend belangrijk is. Want zolang de ene helft van onze samenleving stelselmatig ondervertegenwoordigd is als volksvertegenwoordiger is er slechts sprake van een halve volksvertegenwoordiging. En dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Enkele cijfers uit onze Gemeente Roermond:

 

[1] https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-bevolking/verdeling.

[2] https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85184NED/table?dl=6B41D.

[3] https://stemopeenvrouw.com/onderzoek/.