Gisteravond zat ik in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond. Hier werden de Big Brother Awards 2025 uitgereikt. De Big Brother Awards worden ieder jaar uitgereikt door Bits of Freedom, een organisatie die opkomt voor onze digitale rechten. Ieder jaar reiken zij een award uit aan de organisatie die de grootste privacyschending heeft begaan.
Wat mij direct opviel was hoe oververtegenwoordigd de overheid was bij de genomineerden. De belastingdienst, nationale politie en Vereniging Nederlandse Gemeenten stonden op de lijst. Het raakte me. Als burger ben je volledig afhankelijk van deze organisaties voor bepaalde dienstverlening. Het maakt ons kwetsbaar. En legt een extra grote verantwoordelijkheid op deze organisaties om veilig en verantwoord met onze gegevens om te gaan. En dat juist de overheid genomineerd is voor grote privacyschendingen is zorgelijk.
Privacy is niet alleen juridisch vraagstuk, maar ook een vertrouwensvraagstuk. Je mag erop vertrouwen dat organisaties zorgvuldig met jouw persoonsgegevens omgaan. Dat ze je uitleggen wat ze ermee doen. Dat ze deze voldoende veilig houden. En dat ze geen misbruik maken van deze gegevens. Dat is de basis van vertrouwen: begrijpelijkheid, transparantie, proportionaliteit en rechtsbescherming. Op landelijk niveau zie ik grote systemen en grootschalige dataverwerkingen. Vragen die de nominaties van gisteravond bij mij opriepen zijn, “hoe voorkomen we dat digitalisering een controlemiddel wordt ipv een hulpmiddel” en “hoe zorgen we dat inwoners begrijpen wat er met hun gegevens gebeurt”? Kernpunt hierbij is begrijpelijke communicatie. Leg uit wat je doet en waarom je dit doet. Zorg ervoor dat wij, als burgers, controle kunnen houden over wat er met onze gegeven gebeurt. Geen ondoorzichtige algoritmen gebruiken voor discutabele doeleinden, maar ethisch en juridisch verantwoorde dataverwerkingen.
De Big Borther Awards gaan in de kern om macht en tegenmacht. Een burger is afhankelijk van de overheid. Daarom moet er laagdrempelige bescherming zijn. Een lokale sociale ombudsman helpt hierbij op drie manieren:
Ook goed personeelsbeleid ligt aan de kern van vertrouwen en bescherming. Als ambtenaren zich veilig voelen durven ze fouten te melden en misstanden intern te melden. Daarnaast is het belangrijk in te zetten op kennis en bewustzijn van medewerkers. Privacy is geen IT-vraagstuk. Medewerkers moeten begrijpen wat proportionaliteit is en waarom dataminimalisatie belangrijk is. Ook moeten zij zich bewust zijn van mogelijke gevolgen voor inwoners. En dat vraagt om investering. Cultuur is hierbij een cruciaal punt: werken we vanuit wantrouwen (hoe controleren we burgers) of vanuit vertrouwen (hoe helpen we inwoners).
Wat ik gisteravond vooral meenam, is dat vertrouwen niet vanzelfsprekend is. Het vraagt onderhoud. Juist wanneer de overheid met steeds meer data werkt, moet de menselijke maat zichtbaar blijven. Niet alleen in regels, maar in cultuur en gedrag. Juist lokaal kunnen we laten zien dat digitalisering dienstbaar kan zijn, zonder afstand te creëren. Een overheid die dichtbij blijft, verdient haar vertrouwen en doet dit elke dag opnieuw.
Toen ik de zaal in De Brakke Grond verliet, bleef één gedachte hangen: macht vraagt om verantwoordelijkheid. Zeker wanneer het gaat om de gegevens van mensen die geen andere keuze hebben dan op hun overheid te vertrouwen. Dat vertrouwen win je met transparantie, nabijheid, zorgvuldigheid en de bereidheid om te luisteren. Als we willen dat inwoners zich veilig voelen bij hun overheid, moeten we die veiligheid blijven verdienen. Ook, en misschien wel juist, lokaal.
Dat is waar de SPR een punt van maakt: vertrouwen en een open overheid!
Tamara Brandt – Schoorl.
SPR Roermond
Lijst 5, nummer 3.